Stil verdriet

Een kind dat een vader of moeder verliest waarvan het niet anders wist dan dat hij of zij er altijd zou zijn, wordt vaak verscheurd door verdriet bij het ontbreken van die vanzelfsprekendheid. Mats (11 jaar) weet dat zijn vader ziek is en niet meer beter gaat worden. Hij heeft kanker en kan met medicijnen zijn leven alleen nog verlengen. Sabine (19 jaar) komt naar me toe om te verwerken dat haar moeder is overleden. Er is nu niemand meer om na school een kopje thee met haar te drinken. Kinderen zoals Mats en Sabine moeten kunnen rouwen en verwerken om verder te kunnen.

Mats, 11 jaar
Als Mats voor het eerst bij mij komt, zie ik een jongen met een van ingehouden verdriet vertrokken gezicht, die nogal zenuwachtig aan zijn kleding zit te plukken. Bij alle volgende sessies die ik met hem heb beginnen de tranen al te lopen als ik hem in de wachtkamer ophaal. Hij heeft veel onderdrukte spanning. Over de ziekte van zijn vader praat hij nog niet. Wel vertelt hij druk over alles wat klasgenoten in zijn ogen niet goed doen. Kritiek geven is geen probleem voor hem. Maar daarmee houdt hij het buiten zichzelf. Als we over hem gaan praten, over wat hij voelt, is dat lastiger voor hem. Om hem te helpen bij zijn gevoel te komen pak ik fotokaarten van mensen met verdriet. De mate van verdriet verschilt per foto en hij mag beschrijven wat hij ziet en denkt. Hij kiest een foto uit waarop een meisje huilt.

Zo is er in zijn klas een meisje wiens vader in de zomervakantie is overleden aan kanker. Mats vertelt me dat hij weinig van haar verdriet merkt. Alleen toen er een toneelstuk werd opgevoerd waarin iemand doodging, zag hij dat de juf naar haar toe liep en een arm om haar heen deed. Hij heeft er geen behoefte aan om met haar over zijn vader te praten, maar vindt het fijn te weten dat er iemand is die zijn verdriet snapt. Wat Mats laat zien in zijn gedrag is dat hij weinig succesvolle ervaring heeft met het goed verwerken van verdriet. Over de ziekte van zijn vader voelt hij zich machteloos. Hij heeft geen invloed op het verloop ervan. Iets in hem denkt op de irritatie ten aanzien van zijn klasgenoten wel invloed te hebben en daarom focust hij zich daarop.

Bij Mats wordt in elke sessie het thema van zijn zieke vader meegenomen. De ene sessie wordt er veel aandacht aan besteed en in een andere sessie ligt de nadruk meer op Mats’ omgang met klasgenoten en met zijn frustratietolerantie in het algemeen. Het verwerken wordt dan in de onderstroom van zijn onderbewustzijn meegenomen. Dat zal Mats straks helpen als zijn vader komt te overlijden.

Sabine, 19 jaar
Sabines eerste sessie is een jaar nadat haar moeder aan borstkanker is overleden. Het concentreren op school gaat lastiger en ze geeft aan veel verdriet te hebben. Ze begrijpt niet dat, ondanks dat ze een jaar verder is, het verdriet de laatste tijd sterk is toegenomen. Ze zou willen dat ze haar verdriet op school ‘uit’ kon zetten. In het eerste jaar na het overlijden van haar moeder is Sabine niet gekomen tot het goed verwerken van haar verdriet. Ze heeft dit verdrongen totdat dit vanuit haar onderbewustzijn in alle hevigheid weer omhoog is gekomen en het haar niet meer lukte om het op school te onderdrukken.

Ik leer haar een manier om het verdriet te voelen zonder de te grote drang dat weg te willen hebben. Ze zwelgt in haar verdriet en die drang vergroot het drama. Ik vraag haar welke herinnering aan haar moeder vooraan ligt. Ze vertelt dat ze steeds opnieuw moet denken aan het moment dat ze in het ziekenhuis te horen kreeg dat haar moeder niet meer beter zou worden. Er komen tranen. Bij thuiskomst op haar kamer wilde ze zich met haar verdriet heel diep onder de dekens weg stoppen. Het gevoel van de schok die die mededeling toen veroorzaakte komt in de sessie omhoog. De hevigheid van het terugkerende verdriet maakt duidelijk dat ze het toen niet goed heeft verwerkt. Gaandeweg de sessie voelt en beschrijft ze op evenwichtige wijze het weggestopte leed en creëert zo de juiste afstand om het nu wel goed te verwerken. Wat sessies later vertelt Sabine dat ze op school niet meer overvallen is door plotselinge huilbuien.

Je kunt verdriet succesvol verdringen zoals Mats of erin zwelgen zoals Sabine. Beide manieren zijn niet wenselijk voor een evenwichtige ontwikkeling. Belangrijk is om verdriet goed te verwerken. Er zijn altijd mensen in je buurt die met een vergelijkbaar verlies te maken hebben gehad, je kunt leren van hun gezichtsuitdrukking, houding en manier van praten over het verdriet.

*) Vanwege de waarborg van privacy is gekozen voor fictieve namen.

Piekerpiek

Bij mij op tafel ligt een tekening. Je ziet een afbeelding van een jongen met een enorm groot rood gekleurd hoofd en eronder een klein lijfje met pieterpeuterige armen en benen, zonder voeten, waar geen kleurpotlood aan te pas is gekomen. Alsof zijn lijf niet meetelt! Het is een tekening van Roef (8 jaar). De tekening heeft weinig uitleg nodig over hoe hij zich ervaart. Hij is door zijn ouders aangemeld voor therapie vanwege zijn angsten en extreem gepieker. Doordat hij zo in zijn hoofd ‘zit’ ervaart hij amper nog dat hij ook nog een lijf heeft. Hij heeft moeite met doorademen.

Ook slaapt hij slecht vanwege het vele gepieker en ziet op tegen de dagelijkse activiteiten waarvan hij heeft ervaren er moeite mee te hebben. Grappig is te weten dat bij volwassenen het hoofd relatief klein is in verhouding tot het lichaam, om precies te zijn 1 : 8. Ook al is bij jonge kinderen het hoofd groot in verhouding tot het lichaam (bij baby’s is deze verhouding 1 : 4 , bij peuters 1 : 5 en bij kleuters 1 : 6) dan nog heeft de rest van het lichaam een veel groter aandeel. Wij mensen zijn ons hoofd (ons denken) zo’n waarde gaan toekennen, dat we met momenten vergeten dat we meer zijn dan onze kopzorgen alleen.

Belangrijk is om verschil te maken tussen denken en piekeren. Veel denken hoeft geen probleem te zijn als je denken en goed waarnemen leiden tot het vinden van een oplossing of het nemen van goede actie. Veel piekeren daarentegen is het onafgebroken repeteren van dezelfde, vaak verkeerde gedachten zonder dat er een eind aan komt. Doordat je verkeerd waarneemt blijf je maar zoeken en kom je niet verder. Je vindt de oplossing voor je probleem niet omdat je niet goed waarneemt. De oorzaak hiervan is bij iedereen anders. Er kan onjuist aangeleerd geweten aan ten grondslag liggen waardoor je bepaalde kanten niet op durft te denken of er kan sprake zijn van een psychische stoornis. Het onafgebroken zoeken geeft je spanningen en werkt uitputtend. Je kwelt jezelf ermee. Zonder dat je het een halt toe kunt roepen.

Ook Roef werd gekweld door zijn gepieker. Hij werd er zich bewust van dat hij zich ook op andere plekken in zijn lichaam naar kon voelen door het gepieker. Zijn maag deed pijn, hij begon te zweten en werd duizelig. Roef kwam met het woord ‘piekerpiek’. Hij vertelde me dat hij op momenten van zo’n piek, zulke grote zorgen had dat hij van angst bijna kon overgeven of flauwvallen. De controle op deze manier over zijn lichaam kwijtraken maakte hem radeloos. Om Roef goed te kunnen helpen was het nodig om zijn manier van waarnemen duidelijk te krijgen. Daarom liet ik hem gedetailleerd beschrijven hoe hij de gebeurtenissen waarover hij piekerde waarnam.

Ik maakte hem duidelijk waar hij hier oorzaak en gevolg niet helder zag. Dat hielp hem om tot de ontdekking te komen dat zijn geweten dat hem was aangeleerd op school en thuis, hem in de weg stond om tot oplossingen te durven komen die bij hem pasten. Zo was het gebruikelijk dat alle mannen in de familie van Roef met hart en ziel opgingen in het voetballen. Ze waren allemaal lid of werkzaam in de lokale club en sommigen zelfs in het bestuur. Roef voelde niks voor voetballen maar kon het niet aan om wat anders te durven denken. Hij voelde zich schuldig om wat anders te willen dan wat gebruikelijk is in de familie. Al die tijd had hij lichamelijke klachten gebruikt om niet op voetbal te hoeven gaan. Gaandeweg de therapie durfde hij zijn vader dit te vertellen en bleek dat deze helemaal geen punt maakte van Roefs weerzin tegen voetbal. Samen zouden ze zoeken naar een passende sport.

Het inzicht dat zijn aanname met betrekking tot het voetballen niet correct was, werkte als een regelrechte ‘eyeopener’. Roef kon hierdoor niet alleen zijn ‘voetbalgepieker’ achter zich laten, maar durfde ook andere piekerproblemen met een nieuwe kijk te benaderen.

*Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.

Spoken

Jay (5 jaar), Moos (12 jaar) en Becca (17 jaar) hebben allen hetzelfde probleem. Ze spoken als andere kinderen slapen. Waarom ze spoken, is voor alle drie anders. Ze kennen elkaar ook niet. Ze weten wel van mij dat er meer kinderen zijn die slaapproblemen hebben en dat geeft troost.

Jay, 5 jaar
Jay is een leuke stevige kleuter die je goedlachs tegemoet treedt. Hij is de hele dag druk in de weer. Maar rond vijf uur, zijn de wangen rood en ligt hij onderuitgezakt op de bank. Het is op, moeder kan hem dan niet meer wakker houden en Jay dut in. Het gevolg is dat hij s’avonds niet naar bed wil. Moeder vertelt dat hij sinds de echtscheiding afgelopen zomer afwisselend bij vader en moeder in huis slaapt. Vanwege het afgesproken co-ouderschap zijn dit vaste dagen voor Jay, maar de bedrituelen zijn verschillend. Hij is hierdoor van zijn ‘slaappadje’ afgeraakt.

Moeder geeft toe dat ze hem regelmatig bij haar in bed in slaap laat vallen omdat hij er dan niet steeds uitkomt. Vader doet dit niet, en dat is voor Jay moeilijk te snappen. In een gescheiden situatie kun je niet eisen dat beide ouders dezelfde aanpak hanteren. Wat wel kan is, dat Jay verteld wordt welke regels waar gelden en dat deze ook zo uitgevoerd worden. Dus moeder spreekt af dat Jay om zeven uur naar boven gaat, hem een verhaaltje vertelt en er nog vijf minuten bij ligt. Dit spreekt ze overdag met hem af als het slapen nog niet aan de orde is. Als het bedtijd is en Jay er meerdere keren uit komt, kan moeder hem wijzen op de afspraak en komt het aan op het steeds rustig terugleggen. Jay moet voelen dat zij de koers uitzet voor hem en koersvast is. Dat geeft duidelijkheid en veiligheid.

Moos, 12 jaar
Met Moos is het anders. Hij is fit genoeg om voldoende te presteren op school, zijn huiswerk te maken en te sporten. Alles wat hij overdag meemaakt, verwerkt hij s’avonds in bed, dan begint het piekeren. Hij probeert zijn ouders zo lang mogelijk aan de praat te houden aan de rand van zijn bed. Hij wil de dag dan nog met hen doornemen. Eenmaal alleen gaat hij meerdere keren uit bed om alles goed te doen: de gordijnen in de plooi en de deur op de juiste kier. Hij krijgt een gevoel in zijn lichaam dat hij niet prettig vindt en zijn gedachten gaan alle kanten uit. Als zijn ouders naar bed gaan slaapt hij vaak nog niet, en maakt hij zich steeds drukker om mogelijk slaapgebrek. Gelukkig is hij overdag nooit moe.

Die ontdekking zorgt ervoor dat Moos zich minder druk maakt om zijn inslaapprobleem. Hij kijkt daardoor anders naar hetzelfde ‘probleem’. Hij stuurt zijn gedachten nu zo, dat rust hem ook al goed doet. Als hij dan in het donker de spanningen in zijn lichaam voelt, zoekt hij die op in de plaats van ze weg te willen hebben. Hierdoor vermindert de spanning. Zijn ouders nemen tijdens het avondeten de dag al met hem door, zelfs als Moos door alle afleiding om hem heen denkt dat het op dat moment nog niet nodig is. Later op de avond blijkt hem dit rust te geven.

Becca, 17 jaar
Becca is angstig vanwege het gevoel dat er steeds ‘iets’ in haar slaapkamer aanwezig is. Ze zegt een heel gevoelig meisje te zijn. Ze pikt sferen op van anderen en hoe zij zich voelen. Als ik doorvraag, vertelt ze dat zij met haar vriendinnen naar horrorfilms kijkt en in de virtuele wereld ‘Second Life’ speelt met griezelige personages. Becca wil zich niet laten kennen in haar vriendengroep, maar ondertussen is ze doodmoe. De angsten die ze s’nachts uitstaat wegen volgens haar niet op tegen het bekennen aan de groep.

Haar hulpvraag is, haar te helpen van haar angst af te komen door het echte en het virtuele leven beter van elkaar te scheiden. Gelukkig komt ze er gaandeweg de therapie achter dat haar hersenen deze scheiding niet zo makkelijk maken. Deze acceptatie helpt haar om naar haar vriendinnen toe andere keuzes te maken. Door de toegenomen zelfkennis heeft ze minder moeite hen te vertellen over haar gevoelige kant. Ze voelt zich nu veiliger in zichzelf en daardoor ook in haar domein: haar slaapkamer!

Kleine kinderen en jongeren kunnen periodes in hun leven hebben dat ze s’nachts flink aan het ‘spoken’ zijn. Ouders en kinderen kunnen zich hier behoorlijk druk om maken. Het onmachtige gevoel maakt dat je in een oud patroon vast blijft zitten en niet bij een oplossing kunt komen. Gelukkig is er altijd oplossing op maat, passend bij het gespook!

*) Om de privacy van de cliënten te waarborgen is gekozen voor een fictieve namen.

Groeien ten koste van de ander

Er komen vaak kinderen in mijn praktijk die gepest worden. Zij en hun ouders willen tips hoe ze met pesters om kunnen gaan, zelf sterker kunnen worden of op een positievere manier kunnen kijken naar hun aanwezigheid in de klas. De waarneming is altijd gekleurd door eerdere ervaringen en hierdoor kan het kind denken dat het altijd gepest wordt en de ander niet.
De pesters daarentegen komen zelden met een hulpvraag. Waarom zouden ze ook, iets in hen ervaart plezier of macht als ze de ander kleineren. Ze zoeken daarbij vaak de steun van de groep om hun macht kracht bij te zetten.

Een pester is als een roofdier op zoek naar een prooi om die te verschalken.
Onbewust zijn het opportunisten. Ze doen iets waar ze instinctief gewin bij hebben zonder dat ze de gevolgen overzien. Ze leren zichzelf een gedrag aan wat hen vroeg of laat problemen oplevert. Op het moment dat ze iemand tegen komen die groter of sterker is dan zij zijn de rollen ineens omgedraaid. Zonder dat ze het aan hebben zien komen liggen ze er uit. De vermeende onaantastbaarheid blijkt een illusie. De onaangename persoonlijkheid is inmiddels vast verankert, karakter geworden, door al het pestgedrag.

Doordat de pester deze rol zo lang heeft aangenomen is het moeilijk bij te sturen. Het kind kan in een zwaar innerlijk conflict komen omdat datgene wat er ineens in zijn werkelijkheid opdoemt niet strookt met het beeld dat het tot dat moment had. Stel het kind was de hele lagere schooltijd de pester in de klas en werd hierin gedragen door een groep aanhangers. Eenmaal op de middelbare school zijn de kaarten opnieuw geschud omdat er nieuwe spelers op het veld zijn, met de kans op nog grotere roofdieren. Hierdoor kan de pester zijn spel mogelijk niet voortzetten.

Hoe komen kinderen tot pestgedrag? Pesters hebben zelf niet door dat ze vol zitten met verdrongen trauma’s. Onbewust willen ze niet dat de ander te dichtbij komt en om de aandacht af te leiden van de kwetsbaarheid ontwikkelen ze pestgedrag.
Het onderliggende minderwaardigheidscomplex kunnen ze niet aan en dat klapt dan om naar pest gedrag. Door de ander te kleineren ervaren ze dat ze zelf krachtiger worden.

Om een pester bewust te krijgen van zijn gedrag en hem hierin ook nog te willen veranderen, zie je op scholen vaak dat dit gedrag in de groep door een deskundige leerkracht wordt besproken en begeleidt. Soms zie je dat het gepeste kind en zijn ouders door de ouders van de pesters verantwoordelijk worden gemaakt voor de ontstane situatie. Zij vinden dat het gepeste kind weerbaarder gemaakt moet worden. Zo zou de pester geen kans krijgen. Hierbij wordt te makkelijk voorbij gegaan aan de rol van de pester. Als ouders het niet  schuwen hierin te duiken, kunnen ze hun kind bijsturen en de boodschap meegeven dat het belangrijk is samen met een ander te groeien in de plaats van ten kosten van de ander.

Wellicht dat je als ouder zelf nog wel iemand kunt herinneren die vroeger in de klas altijd gepest werd. Misschien deed je er zelf aan mee en wist je niet hoe je er niet aan mee moest doen. Met het verstrijken van de jaren kun je daar nu wroeging over hebben. Een dergelijk schuldgevoel kun je voorkomen bij je kind door tijdig in te grijpen.