Clown

Als we aan een clown denken, is dat een komische figuur die ons aan het lachen maakt door grappen uit te halen. Derk (10 jaar) is een jongen die op school zo’n clownesk gedrag uithaalt dat hij bijna vergeten is wie hij is.

De leerkracht adviseerde ouders om hulp in te schakelen vanwege ongewenst gedrag in de klas. Derk lijkt zich te willen bewijzen met clownesk vertoon en doet erg zijn best om leuk gevonden te worden. Dit werkt averechts bij klasgenoten, die afhaken in contact met hem. Volgens de leerkracht is dit niet nodig. Hij is populair zonder stoer en opvallend gedrag en kinderen in de klas zien hem als een leider.

Derk vindt school niet leuk en heeft moeite met stil zitten. Cognitief gezien presteert hij onder gemiddeld. Volgens zijn leerkracht zou hij wel beter kunnen, maar weet niet het beste uit zichzelf te halen. Hij is snel afgeleid en ziet de zin niet van taken die gedaan moeten worden. Zijn leerkracht vertelt dat hij in de klas regelmatig de boel verstoort. Hij weet dan niet te stoppen, ook niet na herhaaldelijke waarschuwingen. Zo bleef hij laatst hangen in een zelfverzonnen liedje. Zelfs non-verbale stopsignalen van zijn beste vriend negeerde hij, zo groot was zijn drang om door te gaan.

Derk heeft weerstand op hulp, omdat hij niet tegen kritiek kan. Hij is bang dat hij ergens van beschuldigd wordt. Bij de kennismaking zie ik een goedlachse jongen waarvan ik me kan voorstellen dat iedereen hem mag. Leuke uitstraling, vlotte babbel. Niet iemand die nergens tegen kan. Ik vraag hem of hij door heeft dat er een ‘clown’ in hem huist. Derk grinnikt dat kinderen vaak om hem moeten lachen. Zoals die keer dat hij een back flip in de klas deed om de aandacht te trekken.

Dat hij soms niet meer van ophouden weet, herkent hij ook. Tijdens een schoolkamp ging hij de hele nacht door met keten. Hij was buiten zichzelf. Rende de tent uit en ging om het hele complex heen rennen om zijn dolle energie kwijt te raken. Op zo’n moment kan niemand hem bereiken.

Derk laat ik placemats kiezen voor ‘clown’ en voor ‘rust’. Door op de placemat van de clown te gaan staan en aan een ‘ludiek’ voorval te denken krijgt hij de drukte in zichzelf te voelen. Hij merkt dat hij onrustig wordt en niet helder kan denken. Het maakt hem zo druk op het vermoeiende af. Op de andere placemat voelt hij focus en rust. Hij is onder de indruk dat hij zo makkelijk het verschil kan voelen tussen de ene en de andere ‘staat van zijn’. Hij maakt een spel van placemats wisselen, verschil hierin voelen en merkt op dat dit zijn denken en doen beïnvloed.

Als clown neemt hij het podium zonder dat het publiek er om gevraagd heeft. Hij brengt zichzelf terug tot één karakteristieke eigenschap. Het is niet zomaar meer een van de vele kleuren op zijn palet. Hij wordt die eigenschap en daarmee niet te stoppen. Derk was gewend zich in allerlei bochten te wringen om in de smaak te vallen. Hij miste de handigheid om zonder gekkigheid en omhaal aansluiting te vinden. De gekte waar hij in terecht kwam kostte veel, zowel aan energie als aan vrienden, maar leverde niks op.

In plaats van per se de clown te willen zijn, ervaart hij nu dat hij er invloed op heeft en kan besluiten de clown niet te worden. Noodzakelijk voor Derk is regelmatig een stapje terug te doen. Door de rust te nemen in de plaats van voort te stormen. Door de rust op te zoeken en iets meer te beschouwen ervaart hij stevigheid en koersvastheid in zichzelf. Dat voelt goed. Hij is dan helder en duidelijk en hoeft niet over boord te gaan om de aandacht te krijgen.  Hij kan dan solide doorpakken vanuit evenwichtigheid. Iemand in de klas waar ze op kunnen bouwen.

*) vanwege de waarborg van privacy van clienten is gebruikgemaakt van een fictieve naam.

Sexting

Sexting is het verzenden en ontvangen van seksueel getinte beelden of tekstberichten. Aimee (16) heeft hierin recentelijk een vervelende ervaring meegemaakt en ouders vrezen voor een herhaling vanwege haar impulsieve en grenzeloze gedrag. Aimee geeft aan dat ze gevoelig is voor lieve woordjes en aandacht van jongens via Snapchat en Instagram en heeft moeite haar grenzen te bewaken. Ze laat zich gemakkelijk beïnvloeden en overhalen en overziet de gevolgen daarvan niet.

Aimee kreeg via een vriendin een contactverzoek van een jongen. Nieuwsgierig appte ze hem en hij leek leuk en geïnteresseerd. Zij raakte ondersteboven van zijn complimenten over hoe mooi en lief ze leek op de foto’s en toen hij om wat intiemere foto’s vroeg stuurde ze die ook. Daarna werd het contact vervelender. Hij werd dreigender en wilde nog meer bloot zien, anders zou hij de foto’s verspreiden. Op school bleek dat hij dat al had gedaan. Aimee voelde zich verschrikkelijk.

Ze vertelt me wat er telkens opnieuw gebeurt als een ogenschijnlijk leuke jongen haar benadert. Ondanks de negatieve ervaring, voelt ze steeds de dwingende behoefte om terug te reageren. Als ze reageert is ze ervan af. De spanning en het gekmakende gevoel in haar hoofd nemen dan af. Helaas is dit tijdelijk. Want zodra ze iets heeft gedaan waarvan ze voelt dat ze over haar grens is gegaan, neemt de spanning weer toe. Jammer genoeg kan ze hetgeen ze heeft gestuurd dan ook niet meer wissen. Vervolgens zit ze met de vraag wat de jongen ermee gaat doen en dat geeft haar kopzorgen en chagrijn.

Intuïtief voelt die jongen aan dat de druk die hij zet bij Aimee, zorgt dat ze gaat doen wat hij wil. Gemeen, maar effectief.  Ook liet ze me horen wat voor bericht hij had ingesproken toen ze niet reageerde. Het kinderlijke en smekende in zijn stem, waarmee hij haar overhaalde, was niet om aan te horen. Ze had er geen verweer tegen omdat het onbewust raakte aan haar kindertijd. Vergelijkbaar met de lieve, sussende woordjes van moeder.

Door dit alles wordt Aimee geregeerd door gekmakende spanning in haar lichaam. Die jongen geven wat hij wil, gaat haar ellende opleveren. Maar ze kan niet helder denken. Omdat ze tegelijkertijd vanuit een kinderlijke behoefte wil beantwoorden aan de zoete woordjes van de jongen. Die zoete woordjes die vroeger een geruststelling waren vanuit de mond van haar moeder, geven haar nu een vals gevoel van veiligheid. Ze herkent het verschil niet. Pas als het te laat is, merkt ze het verschil in uitwerking.

Haar kinderlijke bewustzijn wil instant bevrediging en wel nu!

Als het opgroeien volgens de juiste ontwikkeling gebeurt, met begeleiding van ouders, leerkrachten en eigen ervaringen, verandert dit bewustzijn naar een evenwichtiger volwassen bewustzijn. Dan leer je vanuit eigenheid dat je die ander niet meteen hoeft te bevredigen met een directe reactie. Je hebt de rust om het even te laten landen en te besluiten welke wijze van reageren het juiste is om te doen.

Aimee is op het vlak van de sociale interactie blijven hangen in een kinderlijk reageren. Door situaties die hier betrekking op hebben te bespreken neemt het zelfinzicht toe. Ze leert hierbij spanning in haar lichaam op te merken. Het lef te krijgen om onrust te voelen in zichzelf, deze te volgen en te uiten net zo lang tot er iets prettigers en rustigers in het lichaam voelbaar is. Door deze rust en ontstane ontspanning krijgt ze afstand en kan ze de grotere context zien. Dan weet ze juist te reageren op welke jongen dan ook.

*) Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.

Buitengesloten

Het gevoel niet mee te doen, er niet toe te doen en er niet bij te horen. Dat gunt geen enkele ouder jou als kind. Door je hierbij voortdurend met anderen te vergelijken, is een ideaal recept om je slachtoffer te voelen. Zo maak je het onbewust voor jezelf van kwaad tot erger.

Alma (13 jaar) is zo’n kind. Elk kwartaal is ze wel een week ziek. Ouders zoeken hulp omdat ze niet willen dat het zo blijft en ze hopen dat er een psychische reden is voor haar moeheid.

Ze heeft een nare periode achter de rug van veelvuldig ziek zijn. De helft van groep 7 en een deel van groep 8 heeft ze hierdoor gemist. Ondanks uitgebreide ziekenhuisonderzoeken werd geen oorzaak gevonden voor de ondervoeding, extreme moeheid en kouwelijkheid. In de anderhalf jaar dat zij ziek was, kon zij online vanuit thuis de les in de klas volgen. In sociaal opzicht heeft zij veel gemist. Op de spaarzame momenten dat ze wel aanwezig was wist ze niet hoe ze aansluiting kon krijgen. Ook nu Alma in de brugklas zit, geven ouders aan dat ze zich regelmatig buitengesloten voelt. Ze heeft geen echte vriendin. Het groepje waar ze meefietst duldt haar wel, maar ze ervaart geen klik.

Vanwege haar regelmatig terugkomende vermoeidheidsklachten heeft ze een elektrische fiets om naar school te gaan en anderen vinden dat raar. Zij zijn volgens Alma nooit moe en kunnen zich niet voorstellen hoe dat is. Terwijl Alma na thuiskomst van school meteen instort op de bank. Ze moet eerst een uur rusten voordat ze aan haar huiswerk kan beginnen. Ze komt altijd energie te kort. En moet zorgvuldig afwegen welke extra activiteiten ze onderneemt.

Na een paar sessies laat ze haar sombere kant zien. Ze is kwaad; op haar ouders, op haar zus en op mij. Ze ervaart haat naar iedereen die wel mee kan komen. Terwijl die anderen er niets aan kunnen doen. Dit zit haar dwars en maakt haar moe en nog negatiever.

Door de kwaadheid en de haat weet ze het positieve in zichzelf niet meer vrij te maken. Ze zakt het duister in. Ergens beseft ze dat dit niet goed is en probeert vruchteloos uit de put van het negatieve te klimmen. Het lukt haar niet en ze weet niet hoe ze zelf veroorzaakt dat het haar niet lukt. Ik help haar bewust te krijgen dat ze het in stand houdt, door zichzelf steeds te vergelijken met anderen. Ze hoeft zichzelf hierbij niks kwalijk te nemen. Het gaat erom dat ze door heeft welk mechanisme hier werkzaam is.

Haar mechanisme is dat ze te veel bij het eindpunt wil zijn. Ze vindt dat ze nu al hetzelfde moet kunnen als de ander. Als ze dat niet kan, dan hoort ze er niet bij. Het buitensluiten begint in haarzelf doordat ze niet accepteert dat zij andere stappen moet zetten voordat ze iets vergelijkbaars ervaart als anderen. Het gevolg van dat mechanisme is, dat ze stopt met uiten. Ze zet van alles vast in haar lichaam. Ze verstart.

Iemand die verstart mist het vermogen om op speelse en open wijze te reageren op waar de ander mee komt. Niemand vindt het fijn om met een star iemand te maken te hebben. Daarnaast is het vastzetten van spanning een ramp voor het genezings- en herstelproces.

Via rollenspel met handpoppen laat ik haar een klasgenoot spelen met wie zij zich vergelijkt. De gezonde, onvermoeibare ander mag ze nu in volle glorie neerzetten. Door zich te uiten, lost de vastgezette spanning op en kan ze open staan voor een andere koers.

Ik leg haar uit dat ze niet hetzelfde van zichzelf hoeft te verlangen als van iemand die niet met de moeheid kampt. Ze kan van anderen leren door erbij te zijn en te genieten van het observeren wat een ander doet. Daar wordt ze frisser van dan van thuis op de bank zitten. Het kost aanvankelijk meer kracht, maar levert uiteindelijk meer op. Zo wordt ze stap voor stap sterker.

Vanwege privacy is er gekozen voor een fictieve naam.

 

Vreemd

Wanneer je hier geboren en getogen bent en maar bij moeder hoeft aan te schuiven om te vragen hoe je was als kind, is het moeilijk voor te stellen dat het ook anders kan. Als je geadopteerd bent en vanaf je vierde levensjaar in Nederland woont, kan het zijn dat je door omstandigheden herinneringen aan de tijd ervoor mist. Als je in de puberteit tegen steeds meer problemen aanloopt, kun je behoefte krijgen aan hulp om ‘verdringingen’ uit je verleden aan te pakken. Maar hoe doe je dat?

Maureen (11 jaar) wordt door haar ouders aangemeld als ze eind groep 8 zit. Haar ouders willen hulp voordat ze gaat starten op de middelbare school. Maureen heeft nu een veilig groepje vriendinnen, maar die gaan straks allemaal naar andere scholen. Ze ziet ertegenop om de overstap te moeten maken.

Haar huidige leerkracht geeft aan dat ze in elkaar krimpt als hij zijn stem verheft. Ze is in zijn klas heel timide terwijl ze op het schoolplein, rennend achter haar vriendinnen aan, het hoogste woord heeft. Zodra ze de klas in stapt ervaart hij een metamorfose. Als hij haar een vraag stelt praat ze onverstaanbaar zacht en kijkt ze hem niet aan.

Maureens ouders vertellen me dat ze angst heeft voor grote mannen. Voordat ze haar konden adopteren was Maureen ondervoed geweest en had ze een eigen taaltje aangeleerd. Ook naar hen toe is ze gesloten vergeleken bij hoe ze zich uit bij haar vriendinnen.

In de sessie werk ik aanvankelijk veel met Duplo-poppetjes waarmee ik samen met Maureen haar leefwereld vormgeef.  Maureen heeft het visueel maken van haar omgeving nodig om zich er makkelijker over te uiten. We bootsen school na met een klaslokaal en een schoolplein. Zodat Maureen zelf kan benoemen wat voor haar de verschillen zijn tussen het in en buiten de klas zijn.

Ik kan met behulp van dit visuele spel makkelijker de overstap maken naar wat ze erbij ervaart en voelt. Ze geeft aan zich op het schoolplein vrij te voelen en in de klas soms onveilig als er geschreeuwd wordt. Maureen beschrijft dat ze zich automatisch van binnen afsluit. Het geeft haar een duizelig gevoel en honger in de maag.

Ik leg haar uit dat we niet letterlijk herinneringen nodig hebben van haar tijd voordat ze in Nederland kwam, maar dat haar lichaam deze wel heeft opgeslagen. Nu kunnen deze onprettige, verdrongen herinneringen haar dwars zitten in het juist functioneren.

Door de onprettige, lichamelijke sensaties te doorvoelen en te beschrijven merkt Maureen op dat deze langzaam aan verdwijnen. Ik leer haar deze niet uit de weg te gaan, maar er vriendelijk voor te zijn, als een moeder voor een jong kind. Zo kan ze zichzelf met terugwerkende kracht troosten en veiligheid verschaffen voor de jaren waarin ze dit gemist heeft. Ze heeft mijn bijzijn hierbij nog nodig om erin door te durven pakken.

Na enkele weken merkt Maureen op dat ze stappen maakt. Bij de introductiemiddag op haar nieuwe school hoorde ze zichzelf luid en duidelijk vertellen wie ze is en wat haar hobby’s zijn. De reacties van haar nieuwe klasgenoten hierop nodigde uit tot nadere kennismaking. Ze heeft nog wel moeite om afscheid te nemen van haar huidige vriendinnengroep maar durft met vertrouwen de stap naar het nieuwe te maken.

*) Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.

Wanneer ‘boos’ de baas is

Iedereen is wel eens boos. Als je echter je boosheid dominant hebt gemaakt in je waarneming zonder dat je dit zelf door hebt, kan dit een groot probleem worden. Je ziet alles door de boze bril van wat de ander je aandoet.

Mira (9 jaar) wordt aangemeld vanwege gedragsproblemen. Sinds twee maanden gilt en schreeuwt ze tegen de leerkracht als ze het niet met hem eens is. Zo is ze al meerdere keren vanwege hysterisch geschreeuw op de gang gezet. Thuis kan ze ook moeite hebben als dingen anders gaan dan zij bedacht heeft. In haar starheid en onverzettelijkheid wil ze altijd het laatste woord hebben.

Zelf geeft ze aan dat haar leven leuk was tot aan de herfstvakantie. Ze had een leuk vriendinnengroepje met Suus, Neeltje en Miccy. Neeltje werd teruggezet naar groep 4. Suus is haar beste vriendin sinds heugenis en Miccy, volgens Mira erg bazig, is er pas een jaar geleden bijgekomen.

Miccy bepaalt de rangorde in wie er met wie mag spelen. Een schertsvertoning. Ze maakt zelfs schema’s met daarin wie er in welke pauzes samen zijn. Twee dagen per week mag Neeltje ook op het bovenbouwplein spelen; dan zijn er geen problemen omdat er een even aantal is. De andere dagen vindt Mira dat ze er bekaaid vanaf komt. Miccy claimt Suus voor zichzelf en Suus durft er niet tegenin te gaan.

Uit onmacht, woede en pure ‘kolere’ heeft Mira tegen Miccy gezegd dat ze wou dat haar moeder dood was. Ze weet niet meer waarom ze dat zei. Ze heeft er wel enorme spijt van. Tegelijkertijd valt in de sessie pas het kwartje dat ze daarom van Miccy’s moeder niet meer met haar dochter mag afspreken.

Het is duidelijk dat er onmacht, woede en frustratie in haar zitten. Ik wil haar leren deze in zichzelf te uiten in plaats van als een kip zonder kop op anderen af te reageren. Dan hoeft de kwaadheid niet te verworden tot haat en bitterheid. Zo zit ze achteraf niet met schuldgevoelens. Door het opkroppen van haatgevoelens slipt ze dicht van die spanning. Dat veroorzaakt enorme moeheid in haar. 

Door deze spanning die ze zet kan ze niet meer helder denken. Als ik haar niet afrem blijft ze klagen over het onrecht dat haar is aangedaan. Met de strategie van verongelijkt en boos worden schiet ze niks op. Ze neemt dan naar haar vriendinnen een houding aan die afstoot. Hierdoor gaan ze haar echt niet anders behandelen.

Na een flinke huilbui geeft ze zich over en kan ik haar leren de spanning in haar lichaam op te zoeken, te benoemen en via de uitademing los te laten.

Ze visualiseert het gevecht met Miccy in zichzelf. Vervolgens gaat ze dwars door de angsten heen die de opgelegde schema’s en verboden haar gaven. Ze ervaart dat dat oplucht. De boosheid wijkt. Wat Mira onbewust zo doet is afrekenen met haar eigen ‘schijnheiligheid’.

Als kind heeft ze net als iedereen geleerd om een houding aan te nemen van vriendelijkheid. Dat is beschaving. Het zijn manieren om op een aardige manier met elkaar om te gaan. Maar als die ander misbruik maakt van haar aardigheid en het dus iets anders oplevert dan waar het voor bedoeld was, voelt zij zich bedrogen en tekortgedaan.

Het echte ‘aardig’ is geen aangenomen houding maar een gevoel van rechtvaardigheid. Ze durft Miccy nu te wijzen op de onzinnigheid van die schema’s. Ze ervaart vrijheid in haar spel en nodigt de ander ook daartoe uit.

Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve namen.

Eigen Kijk

Sjaak (19 jaar) geeft aan hulp nodig te hebben omdat hij er zelf niet meer uit komt. Hij is gezakt voor zijn laatste jaar managementopleiding. Bij het eerste gesprek geeft hij blijk van genoeg zelfreflectie. Hij weet van zichzelf dat hij koppig en dominant kan zijn. Als hij vindt dat dingen op zijn manier moeten gebeuren, staat hij niet meer open voor de inbreng van een ander. Het lukt hem niet de rem op ‘zijn eigen kijk’ te zetten. Daarmee brengt hij zichzelf keer op keer nodeloos in de problemen.

Hij uit zijn ongenoegen of afkeuring in het bijzijn van anderen zo duidelijk, dat leraren en medeleerlingen waar hij van afhankelijk is en met wie hij moet samenwerken tijdens schooluren en stage, hem liever zien gaan dan komen. Toch moet hij met hen verder wil hij zijn diploma behalen.

Hij begrijpt dat hij zich in zal moeten houden als hij vindt dat anderen het uitvoeren van taken niet goed doen. Om dit ook daadwerkelijk te doen zal hij de rem op zijn kritische manier van uiten moeten zetten.

Zo was Sjaak tijdens de laatste periode van het afgelopen schooljaar op een stageplek waar hij taken kreeg die minder interessant waren dan hij gedacht had. Omdat hij wel werk ‘zag’ ging hij op eigen houtje taken uitdelen aan het personeel. Deze proactieve houding werd niet op prijs gesteld door de leidinggevenden. Ze vonden dat hij te weinig oog had voor anderen en niet goed samenwerkte.

Sjaak vindt van alles, maar daar redt hij het niet mee. Hij vertelt vol spijt dat hij met regelmaat de stagebegeleider of de medestudenten vertelde hoe het in zijn ogen moest. Op dat moment vond hij zichzelf zo in zijn recht staan dat hij dit belangrijker vond dan een ‘diplomatiek meegaan’ in de wensen van zijn opleiding.

Ik leg hem uit dat het slim is je doel in de gaten te houden. Als het doel is ‘je diploma behalen’ ben je op dat moment afhankelijk van de eisen die de school stelt. Zelfs als dit in Sjaaks ogen onredelijke eisen zijn. Je kunt je ongenoegen wel aankaarten, maar als je merkt dat je niks bereikt of zelfs de kans loopt geschorst te worden, is het eieren voor je geld kiezen.

In de therapie help ik Sjaak het innerlijk verzet dat het ‘gewoon meedoen’ op school in hem aanwakkert te doorvoelen en doorgronden. Sjaak ervaart hiermee dat hoe meer hij het aandurft het verzet in hemzelf op te lossen, hoe minder het nodig is dit in de buitenwereld uit te vechten.

Je kunt je eigen waarheid, normen of waarden koesteren en uitdragen bij diegene die ze willen horen en hier een juist gevoel voor ontwikkelen. Sjaak moest leren dat je niet te allen tijden op alle plekken je kijk kunt uiten. Nu heeft hij dit door de ontstane schade op harde wijze geleerd. Doordat hij in de therapie zijn eigen innerlijke verzet heeft onderzocht, zal hij dit schooljaar minder verblind zijn door eigen gelijk. Hij geeft aan open te kunnen staan voor de kijk van een ander.

Vanwege de waarborg van privacy van cliënten is gekozen voor een fictieve naam.

Rebels

Om volwassen te worden zet je je af tegen je ouders. Je schopt tegen hun waarden en normen aan en probeert je eigen koers te varen. Sommige kinderen draven hierin door. Uit drang tot vrijheid gaan ze overal tegen in. Ze verdedigen iets in zichzelf zonder te weten wat. Oftewel ‘rebel without a clue’.

Dion (12 jaar) komt samen met zijn pas gescheiden ouders bij mij terecht vanwege een hulpvraag vanuit school. Dion vertoont een leerachterstand vanwege dyslexie. Ook heeft hij last van gedragsproblemen en weet hij zijn emoties niet juist te reguleren mogelijk vanwege langdurig pestgedrag op de basisschool. Nu, in de brugklas heeft hij weinig aansluiting met klasgenoten anders dan met meisjes en vriendinnen van zijn oudere zus. Omdat Dion zich bij zijn ouders moeilijk uit over zijn gevoelens, anders dan door boos te worden en weg te lopen, kunnen zij moeilijk inschatten wat hij van de scheiding vindt.

In een oudergesprek is moeder degene die steeds vol schiet en lijkt vader juist emotieloos. Ze voelen zich schuldig over de scheiding omdat dit een extra negatief effect lijkt te hebben op de toch al rebellerende Dion. Hij speelt de regels van beide huishoudens tegen elkaar uit en gaat zijn eigen gang. Als het hem niet bevalt loopt hij tijdens het avondeten weg naar zijn kamer of pakt de fiets en zegt naar vrienden te gaan.Zijn ouders hebben geen idee waar hij is. Beiden nemen een passieve houding aan en zeggen niet te weten wat te doen.

Ik adviseer ouders de leiding te nemen. Doen zij dat niet, dan neemt de onzekerheid van Dion de leiding. Die onzekerheid is typisch kinderlijk, oftewel het ‘instant willen’ waarbij het kind doorgaans argeloos en roekeloos is. Het kind is verre van zeker van een goede uitkomst.Het doet maar wat, het handelt naar de impuls. Daarom moet het begrensd worden. De ouder is bedachtzamer en heeft meer overzicht omdat deze al meer ervaring heeft. Ook Dion heeft het nodig dat zijn ouders hem begrenzen en duidelijk zijn welke regels in beide huizen gelden.

Het gedrag dat Dion naar zijn ouders laat zien vertoont hij ook naar leerkrachten en klasgenoten. Hij verzet zich openlijk tegen opmerkingen, samenwerking en deelname aan activiteiten zonder duidelijke reden. Ondanks dat hij hardop verkondigt wat hij allemaal niet wil, weet hij niet goed wat hij wel wil. Door al hetgeen is voorgevallen gedetailleerd te bespreken, wordt het hem duidelijk dat het verzet hem meer kost dan het hem oplevert. Hij verdedigt iets zonder dat hij weet wat. Vanuit een soort innerlijke drang lanceert hij iets als een ‘ongeleid projectiel’ de wereld in, zonder dit gevoel te onderzoeken. Ik help hem duidelijk te krijgen wat nodeloos en wat legitiem verzet is. Zodat hij het zichzelf in het dagelijks leven minder moeilijk hoeft te maken.

Dion is bewuster hoe het rebelse gedrag hem benadeelt. Hij leert beetje bij beetje zijn weerstand te bestuderen en te doorgronden. Hij heeft door dat hij zich alleen maar prettig voelt bij vrienden die geen weerstand bieden. Hij ervaart een gevoel van vrijheid maar bouwt niks op omdat hij er niet van leert. Zodra zij tegengas geven haakt hij ook bij hen af. Mogelijk is dit gedrag het gevolg van de pesterijen eerder in de tijd. Hij probeert nog steeds ervoor weg te lopen. Door op een goede manier te leren met tegenstand om te gaan, wordt hij volwassen. Die manier is durven voelen wat er innerlijk gebeurt en dat bedachtzamer uiten onderwijl rekening houdend met de omstandigheden en situatie. Hij leert sportiever en met meer humor te reageren. Omdat hij de bedachtzaamheid miste, ingebed in een goed gevoel kon hij sociaal onvoldoende meekomen. Nu lukt dat beter.

*) Om de privacy van cliënt te waarborgen is er gebruik gemaakt van een fictieve naam.

Charmes

Wies (5) is een extrovert en enthousiast meisje. Volgens moeder heeft Wies in haar ontwikkeling, meer dan haar andere kinderen, moeite met het tot 10 tellen en het juist benoemen van kleuren, vormen, benamingen en dagen van de week. Het ene moment gaat het foutloos en het andere moment haalt ze alles door elkaar, terwijl ze er zelf van overtuigd is dat ze alles goed doet. Wies heeft moeite om zich te concentreren, ze kan boos worden omdat het haar niet lukt. In spel kan ze bazig zijn en wil ze de dingen naar haar hand zetten. Met haar charmes en volhardendheid krijgt ze dat voor elkaar.

Dat Wies charmant is heb ook ik meteen door. Met haar ontwapenende lach zet ze me zo naar haar hand en gaat ze na de eerste sessie de deur uit met de levensgrote knuffel Nijn die ze mag lenen.

Wies is een ‘spring-in-‘t-veld’ die moeite heeft met haar aandacht bij één ding te blijven. In mijn praktijk ziet ze van alles wat ze mooi vindt. Ze is nog niet met het een bezig of ze valt bijna over haar eigen benen om bij een handpop in de andere hoek van de kamer te komen. Door haar enigszins streng te begrenzen in wat mag, komt ze een beetje tot rust en lukt het wel om bij één ding te blijven.

Door deze observaties kom ik erachter dat Wies alles even belangrijk vindt wat in haar blikveld komt. Ze maakt ‘haar’ filters dominant. Waarbij ze anderen continu deelgenoot wil maken van wat zij doet en vindt, zonder rekening te houden met wat algemeen afgesproken is, zoals dat koud koud is en water water genoemd wordt.

Op school is Wies heel zorgzaam voor anderen. Ze kan hierin doorslaan en wordt dan bemoederend en bazig. Ze vertelt in de kring honderduit over hoe het allemaal moet volgens de juf. Dat andere kinderen dit niet fijn vinden ziet ze niet.

Met behulp van Duplospel verleid ik haar op speelse wijze en laat ik haar zien wat er gebeurt aan de hand van haar gedrag. Ik gebruik hiervoor andere personages, maar Wies is slim genoeg om indirect op te pakken dat het over haar gaat. Eén zo’n situatie gaat over het zwembad waar ze ongedurig haar benen vanaf de rand heen en weer blijft zwieren tot ongenoegen van de badjuf. In het spel dat ik met haar naspeel is er een druk konijntje dat steeds voordringt bij het zwemmen en door ‘meester uil’ op zijn plek wordt gezet.

Wies mag de uil spelen. Ze vindt het geweldig om de positie van de ander, de autoriteit, in te nemen. Ze merkt op dat het voor beide partijen meer genot geeft als het konijntje meedoet in plaats van tegenwerkt. Al spelend krijgt ze overzicht over de situatie en ervaart ze meer tevredenheid als ze rekening houdt met de ander.

Tegen deze achtergrond kunnen we haar eerdere gedrag beter begrijpen. Haar intenties waren sociaal, ze wilde wat brengen. Maar zonder kennis van het ervaren van de ander bleek ze een ‘a-sociale stoorzender’, terwijl ze het goed bedoelde.

Steeds weer, is spel dat haar verleidt om tot ander gedrag te komen. Haar karakter en bewustzijn zijn speels van aard. Ze begrijpt wat ik doe niet in woorden, maar in gevoel. Als het ware keur ik haar speelse verleiden, haar charmes, goed door zelf ook deze manier te gebruiken om haar iets te leren.

*) Om de privacy van cliënten te waarborgen is er gebruik gemaakt van een fictieve naam.

Slaapwerk

De hersenen zijn continu aan het werk, als je kind lekker ligt te slapen wordt alles wat het overdag heeft meegemaakt verwerkt, op een rijtje gezet. Goede nachtrust is hiervoor belangrijk. Helaas komt het vaak voor dat een kind kampt met slaapproblemen en zich hier druk om maakt. De redenen hiervan zijn divers.

Jules (10) durft zowel s’ nachts als overdag niet alleen in zijn slaapkamer te zijn. Als hij zijn voetbalspullen boven heeft liggen moet zijn moeder onderaan de trap wachten tot hij de spullen gehaald heeft. Als zij ‘s nachts niet het eerste kwartier bij hem ligt breekt het angstzweet hem uit. Bovendien slaapt hij uit angst tussen zijn ouders in.

Suus (8) heeft moeite met het juist verwerken van prikkels. Na een dag van veel nieuwe indrukken, zoals na een schoolreisje, kan zij niet slapen. Door deze zelfkennis treuzelt ze al lang voor het moment van naar bed gaan.

Felix (16) plant moeilijk, leert traag, piekert over de volgende dag en alles wat hij moet doen, zonder hier een goed beeld van te hebben. Hij kan zijn hoofd zogezegd niet ‘uit’ zetten. Regelmatig slaapt hij pas om 3 uur ’s nachts. Dit gebrek aan controle maakt hem somber.

Dit zijn enkele voorbeelden van kinderen met slaapproblemen. Om hen tot een goede nachtrust te laten komen is het nodig de onderliggende oorzaak te achterhalen.

Bij Jules gaan we aan zijn angst werken. Op een schaal van 0-10 laat ik hem een cijfer geven voor hoeveel last hij nu heeft en wat wenselijk is. Ik laat hem visualiseren dat hij in het donker is en we zoeken de angst op. Hij benoemt waar deze in zijn lichaam voelbaar is. Door dit bewustzijn wordt de angst tastbaar in de plaats van iets waar hij niks over te zeggen heeft. De volgende stap is een uitlaatklep vinden voor de angst in zijn lichaam.

Suus heeft moeite met filteren. Mist focus, vindt alles even belangrijk en gaat met alle prikkels in haar hoofd op de loop. Zij wordt er doodmoe en rusteloos tegelijk van. Eerst help ik haar accepteren dat deze prikkels er zijn. Minder weerstand is nodig om naar zichzelf te kijken en te beschrijven hoe de prikkels in haar systeem komen. In de visualisatie leert ze de prikkels met humor te bezien. Zo leert ze speels door te hebben wanneer de prikkels komen en gaan en uit te testen wat goed voor haar werkt. Als ze beschrijft waar ze de prikkels voelt en gelijktijdig uitademt verminderen deze. Door te denken aan iets wat haar overprikkelt neemt het weer toe. Steeds opnieuw de spanning opzoeken en uiten helpt. Zo krijgt ze grip.

Felix kan met praktisch hulp in het leren en plannen geholpen worden. Hij dient een goede analyse te maken van wat er gedaan moet worden en dit te plannen en vervolgens stap voor stap uit te voeren. Dan valt er niks meer te piekeren. Het resultaat kan even op zich laten wachten. Dit kan moeilijk zijn omdat hij zijn tevredenheid haalt uit resultaat in de plaats van de weg er naar toe.

Daarnaast moet hij zich beter leren uiten in zichzelf zodat de spanning van buiten minder grip op hem krijgt. Gezonde spanning hoort bij het leven. Hij dient door te krijgen dat hij die spanning nodeloos vastzet, hoe hij dat doet en dat die spanning verkrampend werkt waardoor hij niet meer flexibel genoeg is.

Uiten in jezelf is iets plezierigs en niet moeilijk als je weet wat je moet doen. Het is leren uitademen op spannende of intense momenten en ongemakkelijke gevoelens met enige humor benaderen in plaats van de adem vastzetten. Naar bed gaan wordt dan een plezierig moment van de dag om tot rust te komen. Met minder druk op slapen en meer op het spel om de juiste spanning terug te krijgen.

*) Om de privacy van de cliënten te waarborgen is gekozen voor een fictieve namen.

Uitlokken

 

‘Is mijn dochter te goed gebekt?’ Vraagt de moeder van Manon van 11 jaar. Manon wil niet graag dat een ander het laatste woord heeft en komt daardoor zowel op school als thuis regelmatig in de problemen. Zelf vindt ze dat ze een prooi is van pesters waar de leerkracht te weinig aan doet. Ze wil daardoor niet graag meer naar school. Volgens moeder zit ze regelmatig met zichzelf in de knoop. Ze kan moeilijk onderscheid maken of dingen om haar heen expres of per ongeluk gebeuren en heeft het idee dat iedereen het op haar gemunt heeft.

Manon is een brildragend meisje met lang haar. Volgens moeder is ze begonnen met puberen en een van de grotere meisjes van de klas. Manon valt door haar uiterlijk op. Zelf heeft ze het idee dat haar klasgenoten haar met alles in de gaten houden. Hoe ze praat, hoe ze kijkt en hoe ze lacht. Ze voelt zich erg onzeker. Als kinderen iets tegen haar zeggen kan ze het niet naast zich neerleggen, maar moet ze terugreageren. Ze doet dat op een uitdagende manier en dat geeft steeds nieuwe reacties van de ander. Hierdoor blijft ze een aantrekkelijke prooi voor pesters.

Vorig schooljaar is het pesten zo uit de hand gelopen dat tijdens een pauze de bril van haar neus werd geslagen. Er is daarna in haar klas flink aandacht besteed aan het incident. In Manon’s beleving heeft dit niet veel veranderd aan de situatie. Ze kan de triomfantelijke blik van de pester maar niet vergeten en is nog steeds boos. Als ze nu in de pauze buiten is wordt er aan haar getrokken en geduwd. ‘Ik sla er zelf ook op als dat nodig is’. Ze heeft hierdoor al een paar keer na moeten blijven.

Moeder gaf aan in het begin van het schooljaar regelmatig op school te zijn geweest om voor haar dochter op te komen. Manon kwam zo vaak thuis met nare verhalen over school en zinnen als: ‘ze willen me het ziekenhuis in slaan’ dat ze het gevoel kreeg dat de leerkrachten niet goed optraden. Moeder werd op school steeds serieus te woord gestaan. De betrokken leerkrachten gaven aan dat ze de pestincidenten met de klas bespraken die hen ter oor kwamen maar dat er veel stiekem gebeurde. Wat moeder moeilijk vond om te horen, was dat Manon volgens de leerkrachten zelf aan het uitlokken was. Nadat ze hier op school boos over was geworden vanuit een natuurlijk instinct om voor haar dochter op te komen kwam ze thuis bij zinnen. Manon moest zelf ook naar haar eigen aandeel leren kijken. Vanaf dat moment kregen moeder en Manon thuis steeds meer onderlinge aanvaringen. Moeder had besloten een andere koers te gaan varen en Manon was het daar niet mee eens.

Manon blijkt in de therapie gelukkig gevoelig voor humor en zelfreflectie. Ze begint met het afsteken van standaard riedeltje waarin ze ogenschijnlijk gevoelloos opsomt dat ze altijd lelijk is, iedereen haar haat en ze niks kan. Woorden als ‘altijd’ en ‘niks’ en ‘iedereen’ bieden een mooie kans om te vragen of echt iedereen dat vindt of dat er toch iemand is die haar een beetje leuk vindt? Lachend geeft ze toe dat ze wel een paar vaste vriendinnen heeft die graag met haar omgaan. De vraag rijst: Als ze niet zo’n juist beeld heeft van zichzelf, heeft ze dan wel een juist beeld van ‘gepest worden’? En nog een stapje verder wat haar eigen inbreng voor invloed op het pesten kan hebben?

Ik praat met haar over slimme manieren om te communiceren met pesters. Ze ontdekt dat haar impulsieve karakter en ‘goed gebektheid’ haar nekken. Het is niet zo handig om fel terug te reageren. Elke actie kan weer een nieuwe reactie van de pesters geven. Ik laat haar wisselen van positie. Op de ene positie mag ze ‘dissen’, haar woord voor terugreageren. En op de andere positie oefent ze met het rustig aankijken van de pester en vervolgens weglopen. Manon ervaart dat ze door dit soort oefeningen inzicht krijgt in haar gedrag en de invloed op anderen. Ze is nu niet langer het slachtoffer.

*) Om de privacy van de cliënt te waarborgen is gekozen voor een fictieve naam.